theorie

beeldarchief

Het woord grond heeft meer dan één betekenis. Het betekent niet alleen aarde, maar ook de laag die zich onder ons uitspreidt. In een flat op de tiende verdieping kan men op de grond zitten. In een vliegtuig, hoe hoog dat ook vliegt, kan men een tas op de grond zetten.

In het begin bewerkte ik grond. Nu zie ik in dat het beter is niets te doen, althans zo weinig mogelijk.

Ik spit niet meer in grond. Dit maakt teveel kapot.

Als menselijke wezens hebben we een overdreven geaardheid alles terug te willen brengen tot wat er past in het leven van de mens, en dat is de oorsprong van opmerkelijke vergissingen ten aanzien van het leven als zodanig.

Mijn werk(wijze) is een oefening in het loslaten van hiërarchieën, beheersing, inrichting.

Wat in mijn tuin opkomt is niet altijd dat wat ik graag zie. Dit zegt veel over mijn kijken en mijn kennis over het kijken.

Ik ben begonnen met het niets doen nadat ik de grond geheel kaal had gemaakt, gespit tot één spade soms twee diep. Nu veel later is de grond bedekt met onkruid. Het woekert en bedekt de grond geheel.

Onkruid zegt iets over de staat van de bodem, geeft aan wat er nodig is, wat er aan de hand is.

Ik zoek naar een manier om het geheel te overzien. Te begrijpen waarom dat wat ik niet zaaide, zonder mij op geheel eigen kracht groeit.

Ik observeer mijn tuin, mijn plaats in de tuin.

Grond, waar als je niets doet van alles op groeit, kun je hier wat mee?

Streven is een moestuin met continue opbrengst.

Op die plekken waar ik groente wil hebben dek ik de grond af, ontneem onkruid licht en laat het composteren.

Ik stimuleer bodemleven met dood materiaal, mulch.

Het ondergrondse proces geeft uiteindelijk balans aan mijn doelstellingen.

Ik ben zaken om gaan draaien, ik kijk nu naar de stand van de zon en haar invloed op mijn tuin en pas daarop mijn handelingen aan. Het is een houding die niet vanuit de vorm werkt en denkt dat alles zich daaraan moet conformeren.

Ik observeer en ontwikkel mijn moestuin tot een polycultuur; verschillende gewassen door elkaar.

Het kijken leert mij te denken.

Ik zie een systeem, zie verbindingen. Ik grijp niet in, maar noteer, beschrijf en verzamel.

Het begrip 'systeem' is door de mens bedacht. Voor ons eigen gemak. Als we een bepaald verschijnsel waarnemen en we willen er iets over zeggen, dan moeten we er eerst vat op krijgen. Dat kan wanneer we dat verschijnsel als systeem gaan bekijken. Een systeem is de wijze waarop iets is ingericht. Regels dienen ter instandhouding daarvan. Met systemen brengen we orde in de chaos. En wel allereerst in de chaos in ons eigen hoofd.

Mijn streven is systemen te ontwikkelen die zichzelf voorzien, waarvan continu te oogsten valt.

Hoe kan ik systemen ontwikkelen die zichzelf beeldend en inhoudelijk gaande houden?

Ik merk steeds meer dat het systeemontwerpen mijn grootste interesse heeft. Dat wat het oplevert mag de beschouwer oogsten.

Ik heb de ambitie zelffunctionele systemen te ontwikkelen, waardoor ik in de tuin steeds minder werk zal hebben.

De oogst is schoonheid, schoonheid de oogst.

Ik zie schoonheid in beperking in plaats van in overvloed en waardeer de paradox meer dan het triviale.

Het proces, de continue beweging, de dynamiek die aan de oogst vooraf gaat, gaat verder dan alleen schoonheid.

Mijn werk is een moestuin, althans de plek, de grond waar ik een moestuin begin.

Mijn bibliotheek is onderdeel van de moestuin.

Elk onderdeel in mijn moestuin bestaat zelf uit onderdelen.

De moestuin zegt veel over mij, mijn beschouwingen, mijn groei. Het is een werkelijkheid ingebed in werkelijkheid.

Ik ga uit van de werkelijkheid en bed mijn werk daarin. Het is de lezer of de beschouwer die de eigenlijke zin van het gepresenteerde moet aanvoelen.

Mijn werk drukt een verhouding uit met de rest van de werkelijkheid, ze is als een interface tussen de beschouwer en werkelijkheden.

Wanneer een verschijnsel eenmaal van de werkelijkheid geïsoleerd is, door het als systeem te benoemen, kun je binnen een systeem nog eens onderscheid maken tussen verschillende onderdelen.

Elk systeem bestaat uit basiselementen

Mijn moestuin bestaat uit: elementen, relaties, randen, inputs, outputs. Samen vormen ze een systeem dat past en reageert op andere systemen.

Elementen zijn bouwstenen die als eenheid van materie of van activiteit gezamenlijk het systeem opbouwen: het basismateriaal.

Elementen bestaan uit alles waarvan ik denk dat ze relevant zijn voor het systeem.

De elementen in mijn systeem zijn enkelvoudige componenten, ingrediënten of factoren die een systeem bevolken.

Relaties zijn de verbindingen die er tussen elementen onderling bestaan. Deze relaties zijn soms zichtbaar, helder, duidelijk, maar soms ook tegenstrijdig of onbegrijpelijk.

De verbindingen tussen de elementen, de manier waarop en waardoor ze voor elkaar van belang zijn, noem ik relaties. Relaties kunnen verschillende elementen groeperen tot een systeem van elementen.

Van belang is de ‘synergie’, de meerwaarde van de som der delen. Niet in de vorm zelf, maar de wijze waarop de beschouwer conclusies, betekenissen bind aan de relaties van de elementen.

De randen van een systeem bakenen het af van de rest van de werkelijkheid en vormen de overgang.

De randen zijn de omvang van het te maken boek, de omvang van de elementen, de discipline, maar ook daar waar de verbeelding wordt omgezet in conclusies, praktijk.

Als ik maar niet verval tot het maken van eilanden, of nog erger producten.

Al mijn uitingen hebben gemeen dat zij de concrete werkelijkheid niet definiëren, maar aanduiden, suggereren of symboliseren.

Randen bakenen verschillende systemen af van de rest, maar kunnen ook de overgang vormen naar andere systemen.

In mijn moestuin zijn meerdere systemen werkzaam.

Esthetische beleving vind ik in uiterste eenvoud waarin elke ballast is weggelaten en de essentie wordt gesublimeerd.

Essentie is een holistisch begrip voor mij.

Vanuit het begrip eenheid is alles met elkaar verbonden en maakt alles deel van elkaar uit.

Binnen een eenheid is ieder systeem onderhevig aan de invloeden van andere systemen of de gevolgen ervan. Die invloeden omschrijf ik als in- en output.

De in- en output slaat op 'elementen' die een systeem binnenkomen en verlaten. De input kan een door mij aangebracht element in de vorm van nieuw materiaal zijn.

De output is de oogst aan verbeelding, betekenissen en conclusies die bij de beschouwer achterblijven.

Uniformiteit is bijna een daad tegen het leven.

Alle inputs die het systeem van buiten nodig heeft, moet ik erin stoppen. En alle outputs waarvoor in het systeem geen plek is, moet ik zien op te ruimen. Kort gezegd: extra systeembehoeften betekenen extra werk en ongebruikte producten betekenen vervuiling.

Vanuit de onderdelen kun je kijken naar systemen als geheel. Met structuren en functies.

Met 'structuur' bedoel ik de manier waarop de elementen in een systeem door hun onderlinge relaties verbonden zijn. De structuur van een systeem slaat in wezen dan ook op de basistoestand van samenhang waarin alle elementen informatie/beeldstromen zich bevinden.

In een rij boeken is dit vrij simpel; daarin heeft elk element een relatie met een element rechts en met een element links, behalve de boeken aan de uiteinden. Hun structuur zou je dus kunnen weergeven als een rij punten naast elkaar (de elementen) met lijnen ( de relaties) naar hun buren. De structuur van een symfonieorkest is alweer veel complexer. Daarin hebben alle spelers individueel een relatie met de dirigent en onderling hebben ze verschillende relaties die onder meer afhangen van hun instrument en hun plaats in het orkest. Als je dat zou willen uittekenen krijg je een soort waaier met daarin allerlei clusters en dwarsverbanden.

De functie van mijn systeem weerspiegelt het dynamische aspect van de werkelijkheid, de beweging en vernieuwing.

Functies slaan op wat een systeem doet: op het omzetten van inputs en outputs.

De onbeweeglijkheid van planten is een gegeven dat alleen maar betekenis heeft als we haar vanuit ons menselijk standpunt benaderen.

Structuur en functie zijn karakteristieken van systemen in hun totaliteit. Ze geven systemen een kleur en daarmee ook een plaats in het spectrum dat zij zelf weer met andere systemen vormen. Functies slaan op wat een systeem doet, slaan op het omzetten van inbreng in opbrengst tot iets concreets.

Mijn denken, fotografie, boeken etc. zijn een verzameling systemen die zelfstandig relaties aan gaan met andere systemen, binnen en buiten hun context.

In het totaal van de werkelijkheid is het allerkleinste verbonden met het allergrootste via talloze opeenvolgende schaalniveaus;'sporten in de ladder van klein ,naar groot. Elk systeem dat we als eenheid onderscheiden is namelijk zelf ook weer te zien als een element dat met andere elementen communiceert en daarmee samen een systeem van een grotere orde vormt. Hetzelfde geldt ook weer voor dat grotere systeem en zo gaat dat maar door. En net zo goed bestaat elk systeem zelf ook weer uit kleinere systemen die op een lager niveau functioneren en ook in die richting gaat dat zo door. Er is geen begin, midden of eind.

Elke hiërarchie die wij aanbrengen in het totaal van de werkelijkheid, groot , klein, belangrijk, onbelangrijk, et cetera is volledig gebaseerd op het systeem van onze perceptie.

Welk verband laat alles samenhangen?

Complexiteit groeit naar mate de elementen toenemen, maar groeit ook naar mate de beschouwer zich meer verdiept en betekenissen verleend aan de elementen en de relaties die zij vormen.

Alles is met elkaar verbonden.

Complexiteit slaat op de samenhang en de structuur van een systeem, terwijl organisatie het aspect is dat de beweging en functie vertegenwoordigt.

De organisatie is de software die alle elementen en input plaatst verplaatst en voorziet van nieuwe elementen.

De manier waarop verschillende onderdelen van een systeem gerangschikt zijn, geeft een systeem een structuur.

Om dingen goed te zien moet je soms buigen.

Complexiteit en organisatie hebben niets met de groot- of kleinschaligheid van een systeem te maken, maar alles met de levendigheid ervan, met haar uiteindelijke multifunctionaliteit.

Ieder systeem is uiteindelijk als element te beschouwen dat met andere elementen communiceert, die in beide richtingen werkzaam zijn, tot in het oneindige.

Het niet uitgebeelde daagt de geest van de toeschouwer uit.

Samenbrengen creëert iets nieuws wat er voordien niet was. Het voegt een meerwaarde aan het systeem toe.

Het bevordert de levensvatbaarheid van andere systemen of dient als basis voor de levensvatbaarheid van een systeem.

Op het moment dat losse elementen een nieuw systeem van eenheid vormen, ontstaat er iets geheel nieuws met eigen kwaliteiten. De inhoud ontwikkelt ze uit het samenbrengen van elementen, van systemen en structuren.

Alleen na samenbrengen ontstaat er iets nieuws, een 'plus.'

Ik ben van mening dat met aanduiden of weglaten een universeel geheel kan worden uitgebeeld.

In wezen bestaat er niets zonder synergie.

Teveel energie zit in strijd.

Synergie is de garantie, of de motor voor de permanente vernieuwing/verbeelding. Of nog anders gezegd: de synergie vormt de sleutel tot zelforganisatie.

Ik wil denken zoals mijn moestuin groeit.