Op zelfs de meest eenvoudige vragen bestaan geen sluitende antwoorden, laat staan complexe of zijn beide dan hetzelfde?

Een deel van mijn onderzoek ligt in de manier waarop we het beeld beleven. Dit beleven noem ik projecteren.

Een boek is contextversterkend voor het beeld, maar geen herhaling van het beeld zelf.

Ik richt mij op wat ik noem ‘een rest’, dit is dat wat geen deel uit lijkt te maken van ons gerichte kijken, registreren.

Het beeld in mijn boeken zit noch in het boek, noch in het beeld zelf.

Ik weet dat objectief fotograferen niet mogelijk is.

Ik wil een waarneembare en herkenbare werkelijkheid laten zien zonder deze daadwerkelijk te tonen.

Ik heb niets met franje en versieringen.

Het gaat mij niet om wat niet bestaat, maar wat reeds aanwezig is.

Een collectief van beelden terug te brengen tot één object is niet eenvoudig.

Mijn werk gaat over het niet kunnen vastleggen wat losgelaten moet worden.

Mijn werk is een beeldend en theoretisch experiment.

Ook een camera vertaalt en reageert, maar ze geeft geen betekenis, haar beweging stopt na de reactie.

Het gaat mij om de choreografie van het geheel, waarbij ik zowel de vormgeving van het boek als de foto’s, als de context opvat als zinnen die een directe relatie met de beschouwer aangaan waarmee kijkprocessen kunnen worden gestuurd, ontleed en inzichtelijk gemaakt.

Ik wil niet iets toevoegen, maar iets weghalen.

Het beeld is er altijd al geweest, is oneindig, kent geen begin, geen midden, geen eind. Ons begrip van het heelal hangt hiermee samen.

Misschien is mijn denken zo tegenstrijdig aan beeld dat het alleen in taal kan bestaan.

Elk fotobeeld is een metafoor voor de ruimte die zich buiten haar bevindt.

Vorm is in mijn werk geen het doel, maar het gevolg van een handeling. De concentratie waarmee deze wordt uitgevoerd bepaald de schoonheid.

Ik ben niet geïnteresseerd in het afgewezen fotobeeld als fenomeen binnen de beeldende kunst.

De blik van de kijker moet gelijkmatig over het hele beeld worden verdeeld, zodat ook ogenschijnlijk minder belangrijke plekken in het beeld van belang zijn.

Ons brein lijkt maar niet te accepteren dat alles zonder betekenis is.

Ik heb schroom om het fotoboek II in te kijken, het daglicht lijkt me nog steeds te kort.

Ik denk veel na over papierwit, over hoe ze in een verdinglijking kan zijn, zonder bijbetekenis, zonder enige bijbedoeling.

Beeld is een raamwerk.

Ik ben op zoek naar de rest.

Het beeld is binnen mijn perceptie verworden tot een verzamelplaats van talloze zaken die iets zeggen over ons bestaan.

De foto’s in mijn boeken leggen niet vast, maar laten los, een loslaten dat ontstaat bij het omslaan, het wegleggen of het vergeten van de pagina’s.

Alles maakt geluid.

De manier waarop iets in de wereld staat is belangrijk.

Het fotoboek als onafhankelijk podium waarmee ook andere disciplines kunnen worden bevraagd.

Mijn beelden zijn het resultaat of het gevolg van een beeldende en theoretische ontmanteling. Een ontmanteling van zoveel mogelijk eigenschappen die iets zeggen over het beeld en de betekenis ervan.

In een fotoboek dienen beeld, vormgeving en materiaalgebruik een consequent en logisch geheel te vormen, als dat niet het geval is zal er een reden moeten zijn.

Het beeld kan ook als spiegel fungeren.

Geschreven taal is anders dan gesproken taal.

Hebben beelden bescherming nodig?

Wat gebeurt er als het ervaringsproces wordt aangejaagd, versnelt, kan dit?

Als een beeld uitgesproken is, dan is het niet meer inwisselbaar.

Goede of slechte beelden bestaan niet, goede of slechte vertalingen wel?

Zien is tasten.

Ik ben op zoek naar de stilstaande beweging en niet naar de ervaring.

Een beeld dat van zijn context is ontdaan kan als identiteitloos worden gezien.

Ik zoek iets dat niet in het beeld ligt.

Het sublieme zit niet in de actie, de beweging, maar in de restanten van de waarneming, het bijna stil staan.

Wat is het gevolg voor mijn boeken als ze onderdeel zijn van een bibliotheek, een collectie?

Wat wij waarnemen is nooit echt waar te nemen.

Ik wil geen verpakking laten zien.

Boek III is een paradoxaal boek waarin ik nog bewuster gebruik maak van de paradox als constructievorm, als mogelijke betekenisgever.

Ik wilde in mijn fotografie zo dicht mogelijk bij de waarneming blijven, al weet ik dat dit niet mogelijk is.
Ervaring is het geheel van vertaling, reactie en betekenis, maar onderling zijn zij allen zelf ook weer vertalingen.

Uitgesproken zonder het te zijn. Uitgesproken zonder te zijn. Uitgesproken zonder zijn. Uitgesproken.

Woorden lijken in geen enkele wijze op dat wat ze betekenen.

Eenvoud kan omvattend zijn omdat het dwingt aan alles evenveel aandacht te geven.

Ik ben van mening dat veel van onze ideeën met betrekking tot ons bestaan, wie we zijn en de conclusies die we daaruit durven te trekken, berusten op projecties die desgewenst kunnen worden aangepast. Het beeld fungeert hierin als een projectiescherm dat ons bestaan weerkaatst en waarmee we te vaak ons handelen proberen te rechtvaardigen.

In een autonoom beeld is de anekdotiek verdwenen en doet het getoonde beeld niet alleen meer uitspraken over het onderwerp zelf. Het onderwerp is van ondergeschikt belang en beweegt zich onafhankelijk van het getoonde beeld, dat in tegenstelling tot het onderwerp openstaat voor elke mogelijke betekenis.

Niets is noch esthetisch, noch ethisch want zij kent geen enkele andere betekenis dan zichzelf.

Vertalen is een voorwaarde om te kunnen leven.

Ik kan niet gelijktijdig vooruit en achteruit kijken.

De commissie is van mening dat de foto’s zo van iedere context zijn ontdaan dat ze geen enkele spanning oproepen bij de beschouwer. De aanvrager stelt in de aanvraag dat hij foto’s wil maken die inwisselbaar zijn en vatbaar voor interpretaties. De commissie vindt dat de aanvrager aan zijn doel voorbij is geschoten en dat de foto’s zo inwisselbaar en oninteressant zijn dat ze juist niet voor interpretaties vatbaar zijn. Aangezien de commissie negatief oordeelt over de kwaliteit van het werk van de aanvrager is het voorstel voor de publicatie niet meer beoordeeld. (Fonds BKVB over Boek II)

Een beeld moet niet meer plek innemen dan nodig is.

Ik zoek naar onderwerpen die geen onderwerp zijn, omdat ze niet waarneembaar zijn.

Ik wil fotobeelden maken die niets aanwijzen, geen focus hebben en in alles streven naar één soort gelijkwaardigheid.

In het geval van fotografie zijn er tenminste vijf vertalingen nodig. De fotograaf vertaalt, de camera vertaalt, de film vertaalt, de afdruk vertaalt, de beschouwer vertaalt.

Geeft het wit in mijn boeken eigenlijk wel ruimte, neemt ze niet veel meer ruimte dan boeken vol vorm, beeld, tekst. Boeken waar zelfs de kantlijn de vinger nauwelijks toestaat het blad te keren?

Ik vind fotograferen niet leuk.

Een concept is een vertaling, de uitvoering van het concept ook.

Het persoonlijke zegt meestal niets over het algemene.

Ik ben geïnteresseerd in de wetmatigheden van het kijken, ik geloof namelijk dat er wetmatigheden zijn.

Ik moet bekennen dat een dag mij volledig kan ontgaan.

Haast bestaat niet in mijn werk.

Vertaling > reactie > betekenis = ervaring.

Herhaling is een sleutelmotief.

Ik ben niet geïnteresseerd in het fotograferen van feiten.

Elk beeld opent de weg voor een andere, zodat er een continuïteit aan beelden ontstaat.

Ik wil alleen beelden tonen die beeld zijn, en bescherming nodig hebben van het wit als ze worden weggelegd en gesloten.

Een fotoboek zonder onderwerp is een fotoboek met een onmogelijkheid.

Betekenis vindt pas plaats na vertaling, of is vertaling gelijk aan betekenis en lopen beide synchroon?

Er zit tijd tussen het zien van beeld en het reageren daarop.

Ik denk dat fotograferen niets met waarnemen te maken heeft, laat staan met werkelijkheid, wat ik interessant vind is dat dit geen algemene opvatting is.

Onderzoek, denken, conceptualiseren en uitvoering zijn voor mij gelijkwaardig.

Is tijd ook een vertaling?

Ik heb vertrouwen in het beeld, anders zou ik haar niet zoveel ruimte geven.

Teveel verhult het weinige wat leidt tot echt beeld.

Waarom zit het woord ‘waar’ in waarnemen?

Ik ontken de aanwezigheid van betekenis in mijn werk, maar gelijktijdig geef ik mijn werk door deze ontkenning betekenis.

B oek II is het resultaat van een intensief beeldonderzoek waarbij ik de stad niet fotografisch heb willen registreren of bevestigen, maar fotografisch heb willen bevragen.

Niets is zo prachtig als een beeld dat nergens over gaat en dus over alles.

Mijn werk gaat tegen mijn eerste neiging in.

De samenhang tussen taal en beeld wordt veel te vanzelfsprekend gevonden.

De structuur van al het materiaal in mijn boeken zou het gevolg van het materiaal zelf moeten zijn. Het gaat niet om een keuze in de mogelijkheden die beschikbaar zijn in printjes en structuren die op of in een materiaal kunnen worden aangebracht, maar om het wezen van het materiaal zelf. Ik pleit voor materialen die hetzelfde doen als de fotobeelden in het boek.

Een boek is synoniem met beweging.

Mijn ambitie is om fotoboeken te ontwikkelen die beeld zijn.

Mijn werk wordt steeds meer een poging in het formuleren van beeld.

Ik vat een fotoboek niet op als tentoonstellingsruimte met een veelheid aan identieke witte zalen, waar in elk van hen een beeld wordt getoond.

Tot de essentie van iets doordringen.

Hoe dingen open te laten voor de goede verstaander?

Is mijn werk ook interessant voor blinden?

Ik ben nieuwsgierig naar de wijze waarop er vertaling plaatsvindt. Kennis hiervan kan namelijk gebruikt worden in het sturen van beeld en betekenissen laten ontstaan die niet verwant zijn aan het getoonde beeld.

Weglaten als in verf.

Mijn werk ontwikkelt zich door na te denken over de betekenis van beeld en over de vraag hoe de beschouwer hier bij te betrekken, omdat deze vraag telkens weer nieuwe antwoorden kent en mijn denken over het beeld constant nieuwe vragen opwerpt, wordt het beeld als onderwerp - inhoudelijk en beeldend - steeds minder éénduidig.

Het lijkt doelloos om in een overvolle visuele wereld als de onze nog beelden te willen toevoegen.

Mijn foto’s zijn geen iconen waarmee het beeld is te determineren en juist omdat het beeld niet ‘gedefinieerd’ wordt, contextloos en inwisselbaar is gemaakt, dwingt het de lezer het beeld opnieuw te construeren. Als indruk, als verschijnsel, als werkelijkheid of als decor van het eigen handelen.

Als een beeld wordt ontdaan van context en inwisselbaar wordt gemaakt, kan ze als identiteitloos worden gezien.

Kijken zonder iets te zien lijkt een onmogelijkheid.

Mijn boeken ontstaan na lange periodes van denken en onderzoek. Ik dwing mijzelf dan tot afstand, probeer emotieloos en gevoelloos te zijn ten opzichte van mijn waarneming.

Hoe staan mijn boeken in de boekenkast?

Het beeld is uitgangspunt voor mijn schrijven.

Objectloze waarneming.

Het is onzin om te denken dat je met een fotobeeld iets vastlegt.

Mijn verhouding met het medium fotografie is moeizaam.

Voor waarneming - vertaling - is tijd belangrijker dan licht.

De meeste toevoegingen zijn overbodig.

Ik zie in de beperking een rijkdom aan mogelijkheden.

Beeldende spanning ontstaat als het kijken bijna stilstaat.

Elk woord betekent voor mij opnieuw nadenken.

Ik ben geïnteresseerd in verwachtingspatronen en wat er te vertellen valt over de werkelijkheid die we daarbij ook nog denken waar te nemen.

De beelden in mijn boeken zijn niet gekozen om hun individuele kwaliteiten.

De plekken zijn herkenbaar voor wie ze kent, maar de fotobeelden ervan zijn inwisselbaar.

Ik wil dat mijn fotobeelden zich niet als iconen gedragen.

Is het mogelijk om een fotoboek te maken met een tegengestelde beweging aan de lineaire beweging van het ervaringsproces?

Ik concludeer dat de werkelijkheid niets anders is dan een vertaling van onze zintuigen.

Fotografie wordt te veel gezien als een maatschappelijk betekenisvol medium waarmee een tijdsbeeld kan worden opgetekend.

De commissie vindt het werk van de aanvrager in inhoudelijk en beeldend opzicht niet voldoende uitgesproken en tamelijk eenduidig. Naar haar mening slaagt de aanvrager er niet in tot een overtuigende uitwerking te komen van de op zichzelf interessante gedachtegang die aan het werk ten grondslag ligt. De commissie vindt dat de aanvrager de foto’s zodanig van de context ontdaan heeft, dat het werk inwisselbaar geworden is. Op grond hiervan wordt een negatief advies uitgebracht. (Fonds BKVB over Boek II)

Mijn werk is een bespiegeling van beeld dat kennis wil nemen van de projectie hierin.

Ik ben geïnteresseerd in het waarom van een fotobeeld.

Een fotoboek met een stilstaande beweging kan maar één keer bekeken worden.

Als reactie, de oorzaak van betekenis, kan worden uitgesteld, dan is er sprake van een stilstaande beweging, een niets waarbinnen alles mogelijk is.

De fotobeelden zijn van zoveel mogelijk eigenschappen - die iets zeggen over het beeld en betekenis - ontdaan.

Mijn werk moet in zich zelf blijven, in zichzelf gekeerd zijn.

Mijn werk is een ontleding van beeld.

Alles in een beeld dient van een gelijk belang te zijn, als dat niet het geval is moet er een reden zijn.

Over de afspraken die we maken om de werkelijkheid te zien valt nog veel te zeggen.

Fotografie is alom tegenwoordig.

Waar begint beleving en eindigt waarneming, of was het andersom?

Waar vorm en inhoud precies in elkaar overgaan is soms moeilijk te zeggen.

Ik tracht vragen te stellen .

Herinnering aan beeld, wat maakt dat van de herinnering?

Ik heb de wil beeld te bevatten in een boek.

Boek I toont een verzameling landschappen of omgevingen die bekeken kunnen worden zonder dat daar een directe context, aanleiding, betekenis of anekdote uit af is te lezen. Het boek kent geen teksten of een begeleidende inleiding en lijkt elke vraag terug te leggen bij de beschouwer.

Ik maak fotobeelden die niet vastleggen.
Het boek moet meer doen dan iets vertellen over de plaatjes die ze toont.

Zodra een beeld moet imponeren, en monumentaal wil zijn in zijn uiterlijke voorkomen verveelt ze mij snel.

Ik richt mij niet op het afgebeelde, maar op dat wat er buiten ligt.

Een foto is een foto en niet iets anders.

Zijn waarnemen en kijken synoniem?

Hebben beelden individuele kwaliteiten?

Reactie is een betekenisgever.

Ik zal nooit zeggen dat fotograferen mijn lust en leven is.

De betekenis en context van het boek zijn niet alleen tot uitdrukking gebracht in de fotografie, maar ook in de lay-out van het boek, het materiaalgebruik en de handelingen die verricht moeten worden om het boek te kunnen lezen.

Wat is mijn de volgende stap in het ontmantelen van beeld?

Wat zijn gebruikelijke kijk- denk- en leespatronen?

Mijn fotografie toont steeds meer oningevulde en onvoltooide beelden die de toeschouwer dwingen tot actie.

Met mijn werk wil ik een gelaagd spel spelen rondom eenduidigheid, identiteit, perceptie en hoe deze zijn geconditioneerd.

Wat te doen met het dwingende kader van een fotobeeld?

Op zoek zijn naar de essentie van de essentie is gekmakend.

Zonder tijd is beweging voor ons niet waar te nemen.

Een verweesd fotoboek.

Een beeld van de werkelijkheid bestaat niet.

Mijn ambitie is om twijfel te zaaien rond dat wat verwacht wordt van het fotobeeld, een verwachtingsprincipe dat verbonden is met begrippen als onderwerp, herkenning, focus, verbijzondering, verhaal, betrokkenheid.

Is er zoiets als een collectief visueel geheugen?

Mijn boeken kennen veel wit, uitgesproken wit, zonder uitgesproken te zijn.

Het woord boom zegt niets over een boom. Een foto van een boom kan iets zeggen over soort, plaats, leeftijd, seizoen etc. Taal appelleert op totaal andere wijze aan ons kijken dan beeld.

Ik probeer Boek II voortdurend te sluiten en onderdak te zoeken in boeken over dezelfde onderwerpen: de begrippen betekenis, begrijpen, de zin, de logica, bewustzijnstoestanden, en nog andere zaken. Maar de vraag is of ze me onderdak geven of dat ik er alleen in schuil, als ik al kan schuilen, want ik voel me steeds meer thuis in het wit tussen woorden, de ruimte, de kantlijn.

De invloed van licht op waarneming is enorm.

Vorm is binnen mijn werk een voertuig en een gevolg van aandacht.

Ik fotografeer beelden.

Wat doet taal als zij uitlegt wat wij zien?

Elk beeld vormt een ander.

De basis van mijn werk is terug te vinden in mijn interesse voor de schilderkunst, de filosofie en de omgeving waar wij ons dagelijks in bewegen.

Na mijn afstuderen in ben ik begonnen met het fotograferen van landschappen die als studies voor nieuwe schilderijen moesten gaan dienen, deze studies groeiden uit tot een uitgebreid archief van dia’s en teksten over beeld.

Wat is een fotocamera?

Wat mij tegenstaat is de opdringerigheid van sommige beelden, het hijgerige van het anders willen zijn.

Mijn werk handelt over de betekenis die de beschouwer aan beelden verleent.

Ik streef naar een anoniem, tekst- en contextloos fotoboek dat wordt gekenmerkt door precisie, eenvoud en concentratie waarbij elke keuze in beeld, materiaal en opmaak is terug te voeren op het inhoudelijk concept.

Een uitgepuurd beeld.

Mijn werk is een complex en conceptueel experiment aan het worden waarvan de uitkomst ongewis en onduidelijk is, de vraag is of dat erg is.

Ik denk veel na over beeld en over de vraag hoe te communiceren met de beschouwer hierover. Omdat deze vraag telkens weer nieuwe antwoorden kent en mijn denken over beeld constant nieuwe vragen stelt, is de vorm waarin ik mijn werk toon relatief. Door deze relativiteit is het beeld binnen mijn werk geen onderwerp meer, maar een bewustwordingsproces dat een constante verandering van beelden, conclusies en (weerlegbare) stellingen veroorzaakt.

Kiezen is belangrijker dan tonen.

Veel beelden tonen een schouwspel.

Mijn opvattingen over beeld zijn arbitrair.

Ik tracht niet te behagen, maar sluit niet uit dat mijn werk het juist daardoor in elk detail doet.

Is de manier waarop beeld betekenis genereert context afhankelijk?

Tekst is een vertaling van de vertaling van de vertaling etc.

Ik gebruik het fotoboek als medium voor een ‘gestructureerde' weergave van werkelijkheid.

Mijn werk ontstaat bij het omslaan van de pagina’s of beter nog bij het wegleggen van het boek.

Tekst verstoort het kijkproces in een fotoboek, of ze moet gelijkwaardig zijn, ik betwijfel of dit kan.

Ik wil me niet te veel vastklampen aan het zien.

Het ontstaan van mijn beelden is een langdurig, intens en tijdrovend proces, waarbij ik niet iets wil uitvinden of vastleggen wat niet bestaat, maar dat wat reeds aanwezig is.

Ik gebruik het beeld als drager van mijn ideeën.

De huid van een boek zegt iets over de inhoud.

Willekeur en toeval zijn voor mij geen manieren om betekenisloosheid te bewerkstelligen.

Over alles dient consequent te worden nagedacht.

Van belang is niet wat is afgebeeld, maar hoe het bewustzijn wordt aangesproken dat verscholen ligt achter het kijken, het interpreteren.

Als mijn werk tot karakteristieken wordt gereduceerd heb ik gefaald.

Een vertaling is een compromis.

Wat te doen met het opnieuw bekijken van beeld?

Beelddissonanten zijn beelden die niet synchroon lijken te lopen met de verwachting.

Overzicht is belangrijk in een beeld, maar kan elk verder zicht ontnemen.

Mijn omgeving is niet meer dan een gegeven dat aanleiding geeft om te komen tot beeld.

Zonder tijd kan er geen vertaling plaats vinden, zonder tijd zouden wij niets waarnemen.

Mijn werk gaat niet over vormgeving.

Discussies over omgeving, landschap en of architectuur hebben vaak de neiging om de emotionele gesteldheid van de mens in relatie tot zijn omgeving voorop te stellen, vergeten wordt dat onze emotionele ervaringen eerder afhankelijk zijn van de betekenissen die we aan onze omgeving toekennen dan dat deze aan de omgeving zelf kunnen worden toegekend.

Het fotoboek moet geen verzameling fotobeelden tonen, maar een verzameling voorwaarden.

Travail patient.

Kan een fotobeeld overeenkomen met een ervaringsproces?

Ik lever voortdurend strijdt met het beeld, als iets zeker lijkt trek ik het weer in twijfel.

Ik wil het kijken loslaten.

De taal om het beeld te beschrijven speelt in mijn werk een dragende rol, maar zal eenmaal geprojecteerd op dat wat ik doe in gaan tegen elk gevoel voor logica, verwachting of intuïtie.

Beelden kunnen een ernstige scheiding teweeg brengen tussen doen en denken.

Ik vind dat het fotoboek als een zelfstandige discipline moet worden gezien en beoordeeld.

Reactie is geen vertaling deze vindt hierna plaats, ze is het gevolg.

Het aantal beelden in een boek heeft niet te maken met het streven naar een bepaald aantal, maar met de conclusie dat elk nieuw toegevoegd beeld overbodig is.

De noodzaak van het boek moet voelbaar zijn, maar nooit zichtbaar.

Beeldende opgave is om de beschouwer niet onverschillig te maken, als dit wel gebeurt dient het werk aan de beschouwer op zijn minst de vraag te stellen waardoor die onverschilligheid ontstaat.

Ik wil de drager van het beeld, het onderwerp dat het beeld toont, weglaten.

Elke consequentie van mijn eigen ambitie moet ik aanvaarden.

Ik concentreer mij op de relatie tussen beeld en betekenis; toen ik de betekenis in beeld ging ontkennen, kwam ik er achter dat taal in deze relatie bepalend is.

Taal om het beeld te beschrijven speelt in mijn werk een belangrijke rol, maar eenmaal geprojecteerd op het fotobeeld lijkt het in te gaan tegen elk gevoel voor logica, verwachting of intuïtie.

De beschouwer voorziet mijn werk van betekenis, ik niet.

Wat stil lijkt te staan, zal bij nadere beschouwing een langzame, aandachtige beweging blijken.

Ik ontmantel beeld en schrap nu echt alles wat anekdotisch is.

Mijn boeken zijn het gevolg van een intensief beeldonderzoek.

De waarneming van beeld is afhankelijk van de beleving.

Vertaling kan niet zonder tijd, is tijd ook een vertaling?

Een herinnering is een schaduw van de werkelijkheid, wat wij zien zijn vooral herinneringen.

Is er een verschil tussen associëren en interpreteren?

Mijn werk is een zoeken naar de ‘niet betekenis’ van beeld, een ‘niet betekenis’ die niet zozeer elke betekenis nog kan krijgen, maar deze al heeft voordat deze aan haar wordt toegeschreven.

Wat te zien is, is er?

Beelden zijn zodanig met ons verweven dat elke betekenis die we onszelf toedichten in hen is terug te vinden.

Ik ontmantel mijn fotobeelden nu van referenties en van gebeurtenissen.

De meeste fotoboeken tonen wereldjes en niet meer dan dat.

Als de verwachting van het kijken niet wordt vervult, ingevuld, aangevuld of bevestigt, dan haakt het kijken af en zo zien we alleen wat we willen zien.

De idee van de projectie is zelf een projectie en hierdoor hypothetisch.

HetI gaat niet over dat wat is waar te nemen, maar dat wat veroorzaakt wordt door het waarnemen.

Vertalingen worden constant beïnvloed en veranderen daardoor continu.

Elk boek dat ik ontwikkel is een nabeeld, een herinnering van beeld, niet aan beeld.

De intensiteit van het bestaan ligt niet in het geregistreerde.

Het niet aanwezig zijn.

Het fotobeeld kan het kijken sturen door tegengesteld te zijn aan de omgeving (context) waarbinnen ze is geplaatst.

Doel is om te komen tot fotoboeken waarin fotobeeld, vormgeving en inhoud zo samen komen dat er een gelaagd spel ontstaat rondom eenduidigheid, identiteit en perceptie.

We ontwerpen onze eigen zintuigen.

Ik ben geïnteresseerd in fotografie, mijn verwachting is dat ze gebruikt kan worden om het kijken te analyseren.

Geen onderwerp is een onderwerp, geen focus is een focus, geen betekenis is een betekenis en ook niets is uiteindelijk iets.

Het beeld moet zich niet conformeren aan gebruikelijke kijk- denk- en leespatronen.

Mijn werk ontwikkeld zich intensief, het beeld gaat daar in mee.

Kun je een beeld zo verdunnen dat ze oplost?

Aan alles gaat tenminste één vertaling vooraf, maar vaak meer.

De klemtoon in mijn werk komt steeds meer te liggen op beelden die refereren in plaats van representeren.

Ik ben geïnteresseerd in hoe ons kijken zich focust, keuzes maakt, simpelweg omdat we niet evenveel aandacht kunnen besteden aan elk detail binnen ons gezichtsveld.

Taal is herinnering.

De vraag is of wat wij waarnemen wel bestaat, de aanname dat het wel bestaat maakt het bestaan tot wat ze is.

Ik wil het beeld niet alleen als een tastbaar of visueel gegeven zien, maar als een zinnebeeld waar onze ideeën, over wie we zijn en de conclusies die we daaruit durven te trekken, tot in uitdrukking komen.

Je kunt door weinig te laten zien, alles laten zien.

Als een boek geen onderwerp heeft, heeft ze er een.

Mensen en dieren komen in mijn werk niet voor.

Te veel fotografie is talig.

Geeft mijn wit ruimte aan marginalia? Veel boeken worden voorzien van aantekeningen, penneninkt levert commentaar, onderstreept, doorstreept, ongehinderd door het wit, en dankbaar voor de ruimte die een kantlijn biedt.

Mijn boeken zijn inzetbaar als tastbaar gereedschap voor discussie en dialoog en zijn in staat om de perceptie van de beschouwer te prikkelen.

Wat is realistisch?

Wat heb ik nog toe te voegen aan alle visuele informatie om ons heen? Elke toevoeging zie ik als een grote verantwoording.

Het fotobeeld moet in het boek verworden tot een decor dat de betekenis van elk beeld kan krijgen, een decor waarmee of waarin ik vragen stel over identiteit, beeld, perceptie.

Mijn werk is geen aangelegenheid van exhibitionisme of vluchtige behoeften.

Ik geloof dat niemand in mijn boeken gaat schrijven.

Als er een consensus bestaat over niet gelukte fotobeelden, dan bestaat er ook een consensus over goed gelukte fotobeelden.

Elk beeld is een constructie.

Voor mij is het nabeeld belangrijker dan het beeld zelf.

Binnen de compositie van mijn beelden probeer ik een teveel gecentraliseerde beeldopbouw te vermijden, maar niet altijd.

Wat gebeurt er als een fotobeeld niet beantwoordt aan de verwachting van de context?

Het fotobeeld is een projectiescherm van werkelijkheden dat ons bestaan weerkaatst. Alle communicatie die via dit scherm loopt laat nieuwe beelden ontstaan; beelden die elkaar aanvullen, overlappen, (be)grenzen, overschaduwen.

Wat ik doe schept geen beelden het schept alleen de voorwaarden.

Het beeld verslindt me.

Er is meer in deze wereld dan behagen en imponeren

De wandeling is een belangrijke beeldbron voor mijn fotografie.

Als mijn boeken al een onderwerp hebben, dan moet dat zo zijn ingezet dat het er feitelijk niet toe doet.

Beeld en taal verschillen dusdanig in vorm en betekenis dat ze continu conflicteren, mijn werk speelt zich af rondom deze conflicten.

Met mijn werk wil ik een blijvend, continu proces van kijken op gang brengen.

Mijn werk kan, als ik het goed uitvoer, als identiteitloos worden omschreven.

Misschien moet een volgend Boek alleen tekst bevatten, een theoretische uitwerking in taal van een zuiver beeldend concept.

Ik streef er naar dat mijn boeken zich uiteindelijk op geen enkele wijze meer bevinden op het niveau van het talige.

Alles wat wij waarnemen is een weerkaatsing van iets dat door onszelf zichtbaar is gemaakt.

Mijn beelden kijken niet, ze worden bekeken, maar gunnen de kijker geen houvast, ze missen focus.

Het onderwerp ligt niet in de foto, maar in de vertaling ervan. Ik ben geïnteresseerd in de tijd hiertussen.

Ik werk met in het collectief geheugen residerende beelden, deze beelden zijn nodig om te communiceren, maar ze maken geen deel uit van de visuele cultuur zoals die ook tot uitdrukking komt in de fotografie.

Ook beleving is een vertaling.

Als beleving een verslaving is vernietigt ze schoonheid.

De betekenis ligt niet in de foto, dat wat het platte vlak weergeeft, maar ligt in de wijze waarop het platte vlak communiceert.

Ik benader het beeld vanuit mijn eigen kijken omdat dat niet anders kan.

Mijn boeken moeten niet sterk aanwezig zijn, maar net aanwezig genoeg.

Ik werk met een formalistisch beginsel, een eenvoudig raamwerk van waaruit talloze complexe en constant veranderende uitzichten en vergezichten te zien zijn.

De complexiteit van het boek ligt in de eenvoud. Drager hiervan is het wit, waarin de betekenis en de manier waarop het boek zich laat lezen zit opgesloten.

Elk beeld dat we zien leidt automatisch tot associaties.

Keuzes in vorm en materiaal ontstaan door goed te luisteren.

Ik geloof dat als het beeld bijna tot stilstand komt je erin kunt logeren, maar niet in wonen, je mag er niet in wonen.

Het aanspraak maken op de waarheid als onbeweeglijk begrip is gevaarlijk.

Ik heb een archief van diabeelden.

Stille dingen stil houden is moeilijk, stille dingen stil laten nog moeilijker.

Wanneer is een fotobeeld mislukt?

Ik werk aan een boek dat niet veel afwijkt van dat wat we om ons heen zien.

Tijd is cruciaal, het is de plaats waar de essentie wordt vastgehouden, waar energie wordt verankert.

Streven naar niets.

Woorden verlangen woorden.

Is altijd niet gewoon nu?

Elk beeld verandert de identiteit van de vorige en de volgende.

Ik probeer omvattend te denken, net als mijn boeken.

We hebben een natuurlijke neiging alles in te vullen.

Fotografie is veel tegelijk, wil veel tegelijk zijn.

Kan een boek bij wijze van spreken zichzelf ontwerpen, zichzelf aanvullen onder de ogen van een beschouwer?

Ik kan mijn omgeving niet anders waarnemen dan vanuit mijzelf.

Mijn werk gaat over mensen.

Elk fotobeeld betekent voor mij opnieuw nadenken.

Het onderwerp in mijn werk ligt in het geen onderwerp willen hebben.

Mijn dagen bestaan uit lezen, wandelen en het langdurig en indringend waarnemen van de alledaagse werkelijkheid, zowel in haar schoonheid als in haar afgrijselijkheid, zo zakelijk mogelijk, zonder kwaliteitsoordeel. Dit lukt niet altijd.

Het beeldmateriaal dat ik heb geselecteerd voor deze website ontkent op geen enkele wijze het beeld, dat doe ik zelf.

Ook na uitleg is niet alles te begrijpen.

Mijn boeken zijn een instrument om de beschouwer opnieuw te laten kijken naar dat wat gegeven lijkt om hem of haar bewust te maken van de scheppende blik.

Beelden die alleen behagen tonen ook alleen dat.

Taal bemoeit.

God zei ‘licht’ en er was licht. Het woord was hier eerder dan het beeld, hoe je dit voor te stellen?

Niet iedereen komt zomaar binnen in mijn werk, binnen en buiten zijn namelijk moeilijk te onderscheiden.

Ik zie mijzelf als een beschouwer, niet als een debater.

Het hebben van geen doel lijkt me de meest zinnige bezigheid die er is.

Mijn werk is het resultaat van een langzaam proces over hoe beeld niet alleen uitspraken doet over het onderwerp dat het toont.

Ik raak soms afgeleid, dit veroorzaakt dan nieuwe wegen die niet altijd de moeite waard zijn om te bewandelen.

Elk boek van mij verandert de identiteit van de vorige en de volgende.

Mijn foto’s tonen zich in bespiegelende, traag verglijdende lagen.

Waarneming vernietigt.

Door meerdere beelden in een boek onder te brengen ontstaat er beweging tussen beeld en beschouwer waardoor andere beelden ontstaan.

Niets is gewoon of vanzelfsprekend.

De beleving van een beeld is afhankelijk van de waarneming.

In Boek II zitten veel vertalingslagen, maar door optisch één thema te bundelen is ze te bepalend en versterkt ze de beweging van de reactie teveel.

Taal is een verzameling verwijzingen, in hoeverre geldt dat ook voor het beeld?

Alles wat wij waarnemen is indirect.

Een fotoboek is een beeld.

Met het fotoboek zoek ik inhoudelijk en vormtechnisch naar mogelijkheden om mijn ideeën uit te lichten, naar buiten te brengen, te exploreren en zo mogelijk verbindingen naar andere vakgebieden te leggen.

Het individuele fotobeeld is ondergeschikt aan het beeld dat ontstaat door de opeenvolging van een reeks beelden.

De vorm van mijn boeken is geen doel, maar het gevolg van een handeling, een beweging.

Interpretatie is de invulling van een niet te bevatten werkelijkheid.

Alles wat wij waarnemen is een vertaling.

Beeld laat soms alleen datgene zien wat verbonden is met de wil van het ik.

Het beeld is uitgangspunt voor mijn beeldende werk.

Betekenis is het voortzetten van de beweging die door de vertaling eerder in gang is gezet.

In mijn boeken zijn vertaling en tijd uitgangspunten.

Mijn werk is compromisloos en zonder vormlust.

Niets in mijn beelden krijgt of vraagt om bijzondere aandacht, niets in mijn beelden heeft de intentie zich ergens over uit te spreken.

Het beeld is ondergeschikt aan het kijken.

Het gaat mij niet om het individuele beeld, maar om een geheel van beelden die tezamen een beeld vormen of zijn.

Ik ontken de betekenis van mijn werk, door deze ontkenning geef ik het betekenis. De implicaties van deze paradox zijn oneindig complex als het gaat om het verbeelden, het analyseren en het begrijpen ervan.

Mijn boeken zullen nooit het punt bereiken waarin er niets meer aan verbeterd kan worden, dat is een geruststelling.

Mijn werk gaat over dat wat er te zien is en dat wat er niet te zien is en dat wat we graag hadden willen zien.

Het beeld is een spiegel waarin de beschouwer zichzelf ziet.

Wat gebeurt er als het ervaringsproces wordt vertraagt of tot stilstand wordt gebracht, kan dit?

Het beeld is niet dat wat het afbeeldt, maar een verwijzing naar dat wat ze afbeeldt.

Perceptie is een ander woord voor vertaling.

Beelden die verveling oproepen, monotoon zijn, of die door hun aantal en gelijkenis niet meer te plaatsen zijn, zijn ook beelden.

Het boek is voor mij een zelfstandig medium geworden dat de mogelijkheid biedt om van het geheel meer te maken dan de som der delen.

Het verschil tussen een goed beeld en een slecht beeld zit niet in het beeld zelf opgesloten, maar in de vertaling.

Mijn boeken zijn heel eenvoudig en misschien juist daarom zo complex.

Mijn werk bevat verschillende semantische niveaus die continu conflicten veroorzaken.

Een boek kan het beeld concentreren en beschermen.